MARK MEEKERS
ORPHEUS IN DE HAVEN
een bundel gedichten bij Antwerpen, de Red Star Line en kunstschilder
Eugeen Van Mieghem (1875-1930)
1. DE BUNDEL
a. TECHNISCHE FICHE
b. INLEIDING
c. INHOUD / THEMA’S / KENMERKEN
A. TECHNISCHE FICHE
ORPHEUS IN DE HAVEN, gedichten bij leven en werk van kunstschilder Eugeen Van Mieghem (1875-1930)
86 p., 11 Kleurenillustraties, 41 illustraties uit een Nederlandse privéverzameling
Hardcover 17 x 24 cm
Afbeelding cover/ recto: “Zelfportret” (privéverzameling Antwerpen) / verso: “Emigranten” (privéverzameling)
COLOFON
Dit boek werd in april 2006 gedrukt door EPO, Berchem, op 1000 met de hand genummerde exemplaren.
Verantwoordelijke uitgever: Eugeen van Mieghem Stichting, Beatrijslaan 8 bus 6, 2050 Antwerpen L.O., tel.: 03 211 03 30, www.vanmieghemmuseum.com
Het eerste exemplaar werd voorgesteld in NEW YORK op 28 april 2006 bij de vernissage van de tentoonstelling “Antwerp=America, Eugeen van Mieghem and the Emigrants of the Red Star Line”
B. INLEIDING
Tijdens zijn leven werd het artistieke oeuvre van de Antwerpse kunstenaar Eugeen Van Mieghem door heel wat schrijvers (o.a. Pol de Mont, Lode Baekelmans, Georges Eekhoud, Willem Elsschot en Lode Zielens) bewonderd.
Na zijn dood in 1830 zouden Hubert Colleye, Marnix Gijsen, Hubert Lampo en Bert Popelier in hun teksten opnieuw aandacht besteden aan zijn werk. Ook in periodes dat het grote publiek meer aandacht had voor nieuwere kunststromingen.
Blijkbaar konden letterkundigen zich bijzonder goed inleven in de bladen van de man die door een Nederlandse kunstrecensent omschreven werd als: de journalist “in beelden” bij uitstek van de Antwerpse haven.
In 1930 situeerde Arthur Cornette, de toenmalige Antwerpse conservator van het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten, Van Mieghem als volgt: “...Een nukkig plebejer, vergroeid met het ‘Kantje’, geankerd in de oude haven waar hij jaren geleefd en gewerkt heeft, diep in zichzelf gekeerd, zwijgzaam,
zeer belezen, goed tehuis in Gorki, Dostojewski, Jules Renard, altijd bij den waterkant, jaren vlak bij het Kattendijkdok, later in de door Max Elskamp vereeuwigde St.-Paulusstraat. Het decor van de dokken, de stapelhuizen, de kaaien en de profilering der scheepstuigage, de gezellige straten met de ronkende
cafétjes, de klamme achterbuurten beheerst door het kerkschip en de zingende campaniel, en daarboven de zware luchten dik van westersche buien, dat was zijn wereld waar hij stil en peinzend leefde...”.
Het verheugt ons bijzonder dat de hedendaagse dichter Mark Meekers, literair pseudoniem voor Marcel Rademakers, bij het zien van deze authentieke kunst de traditie van zijn zielsgenoten vandaag verder zet.
De vrucht van zijn dichterschap, een reeks van 36 gedichten, vindt U in dit boek vergezeld van een reeks tekeningen uit een buitenlandse verzameling die slechts vorig jaar werd ontdekt.
We hopen dat deze unieke combinatie van woord en beeld er mag toe aanzetten om een nieuwe dimensie te ontdekken. Een meerwaarde, meer dan louter de som van enerzijds het esthetische genot van het oog door de sublieme weergave van de dagelijkse realiteit van toen en anderzijds de kracht van het hedendaagse woordenspel.
Erwin Joos, Voorzitter Eugeen Van Mieghem Stichting
C. INHOUD / THEMA’S / KENMERKEN
INHOUD / THEMATIEK
De bundel omvat 36 gedichten, die chronologisch het levensverhaal van de kunstschilder volgen. Er wordt ruim aandacht besteed aan het Antwerpse havenmilieu van het Schipperskwartier, Sint-Andries, het Eilandje en de linkeroever. Schepen, dokken, hangars, de aanlegkade van de Red Star Line, de krotten en hun bewoners spelen een belangrijke rol. Van Mieghem “de schilder van het volk” tekent en schildert, de bourgeoisie, advocaten, rechters, maar vooral gewone man, de boefjes, de zwervers, de havenarbeiders, de meisjes van plezier. Van Mieghems potlood en Mark Meekers’ pen tekenen haarscherp de (Joodse) emigranten op zoek naar een beter leven in Amerika. De dichter is geboeid door de psychologie van zijn personages, werkt zich in hun vreugden en zorgen in, laat de tijd herleven dank zij de magie en het suggestief vermogen van de taal. De liefdesrelatie van Eugeen met Augustine Pautre wordt heel empatisch, ontroerend verwoord. De Schilder die in zijn jonge jaren nog riep “ni dieu ni maître”, voelt zich gesterkt door het voorbeeld van de Godszoon, die zoals hij moedig zijn leed droeg.
STRUCTUUR
De gedichten hebben allen dezelfde structuur: 4 maal vier kwatrijnen: hierdoor krijgt de lezer de indruk van een tentoonstelling. Het idee van serie (actueel in de muziek) versterkt het geheelbeeld. Door het op voorhand gekende identieke “grafische beeld” wordt de klemtoon verlegd van het formele naar het inhoudelijke (dit procédé komt uit de schilderkunst: het versterkt de indruk van harmonie).
EIGENZINNIG
Mark Meekers heeft een “eigenzinnige” taal (De Geest) en verloochent ook in deze bundel die eigen stem niet.
Teveel taalgefrunnik is een sterke beperking in tijd en plaats (Mark Meekers wil precies dit transcenderen, heeft er geen enkele behoefte aan om met modetrends mee te catwalken). Verdoezeling, vervreemding, vertroebeling (hoe boeiend of charmant ook) vanuit een surrealistische visie wijst hij af en zeker verbale acrobatiek, syntactische salto’s of grammaticale sprongen, die (meestal) goedkoop effect sorteren en de receptie bemoeilijken. Heel wat auteurs vergeten dat de uiteindelijke reden, die de lezer tot poëzie drijft, het lustprincipe (op een intellectueel verfijnd niveau) is.
KLAARHEID
Zijn poëtische taal heeft als functie ideeën, emoties en intuïties te verhelderen op emotioneel vlak vooral door het gebruik van beeld, metafoor, vergelijking. Hij onderschrijft hier de zienswijze van A. Camus die dit de enige vorm van echt denken noemt. Dit procédé is perfect overdraagbaar in andere talen, culturen, andere tijden zoals B. de Coen aantoonde met zijn vertalingen naar het Frans van de belangrijkste bundels.
GELAAGD
De bundel kan op verschillende niveaus gelezen worden: als gedicht an sich, als weergave van de visie van de dichter, als vertaling van een schilderij en als combinatie van deze drie elementen. Deze wisselwerking tussen woord en beeld geeft een verrijkende extra-dimensie aan de verzen en is vrij uniek in de Nederlandse literatuur (P. Van Bellingen).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten